Persoonlijkheidsstoornissen

WAT WIJ DOEN:

  • Diagnostiek/screening van persoonlijkheidsstoornissen.
  • Behandeling/therapie bij persoonlijkheidstoornissen, mits sprake is van milde symptomen.
    Bij ernstige klachten (bv. gevaar voor zichzelf of anderen; concrete zelfmoordgedachten e.d.) zullen wij altijd doorverwijzen naar een psychiater.
  • Behandeling/therapie bij klachten, die lijken op een persoonlijkheidsstoornis. De klachten zijn dan niet zo ernstig, dat sprake is van een stoornis, maar ze kunnen wél een negatieve invloed hebben op het algemeen dagelijks functioneren.
  • Second opinion, wanneer u het niet eens bent met een (eerdere) diagnose, die duidt op een persoonlijkheidsstoornis.   

 

Persoonlijkheidsstoornissen worden ingedeeld in drie zogenaamde clusters. Voor alle persoonlijkheidsstoornissen is kenmerkend, dat mensen problemen ondervinden met hun overtuigingen,  emoties, impulsen en contacten met anderen. Het patroon van denken, voelen en gedragingen is vaak ontstaan in de puberteit of de jonge volwassenheid. 

Cluster A-persoonlijkheidsstoornissen

  • Paranoïde-persoonlijkheidsstoornis: het steeds wantrouwen van anderen en denken, dat die anderen iets kwaads of slechts van plan zijn, je schade willen berokkenen en misbruik van je maken. Dat roept voortdurend angst op, want je denkt niemand (ook je partner niet) te kunnen vertrouwen. Bovendien leidt het tot (onterechte) haatgevoelens richting de ander.
  • Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis: het steeds afstandelijk blijven in sociale relaties. Men heeft geen behoefte aan sociaal en lichamelijk contact (bv. knuffelen, seks e.d.) met anderen en brengt de tijd het liefst alleen door. De emoties zijn zeer beperkt: gevoelens van geluk, blijdschap en verdriet kent men niet. 
  • Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis: het steeds angstig en wantrouwend zijn en je meteen ongemakkelijk voelen als er anderen in je buurt zijn of als je in intieme relaties belandt. Men komt excentriek (vreemd/raar) over bij anderen voor wat betreft het denken (is vaak magisch), het waarnemen, het beleven, het voelen, de kledingstijl e.d.  De emoties zijn vaak ongepast (bv. lachen wanneer men zelf of iemand anders iets ernstigs vertelt), waardoor men als kil, afstandelijk en ongeïnteresserd wordt gezien.
    De schizoïde en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis vertonen bepaalde overeenkomsten, maar er zijn ook belangrijke verschillen. Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis hebben in tegenstelling tot mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis geen behoefte aan hechte relaties. De schizoïde mensen zullen zich ook niet snel laten behandelen, want ze zien de noodzaak van het verbeteren van hun leven niet en vinden dat het wel meevalt met hun problemen.
    Verder zien we bij schizoïde mensen niet de excentrieke kenmerken, die we bij schizotypische mensen wél waarnemen.

Cluster B-persoonlijkheidsstoornissen

  • Antisociale-persoonlijkheidsstoornis: een aanhoudend patroon van gebrek aan respect voor de rechten van anderen en schending daarvan.
  • Borderline-persoonlijkheidsstoornis: een aanhoudend patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en emoties, en duidelijke impulsiviteit.
  • Histrionische-persoonlijkheidsstoornis (voorheen: theatrale): een aanhoudend patroon van excessieve emotionaliteit en aandacht vragend gedrag.
  • Narcistische-persoonlijkheidsstoornis: een aanhoudend patroon van grandiositeit, behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie.

Cluster C-persoonlijkheidsstoornissen

  • Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis (voorheen ontwijkende): een aanhoudend patroon van sociale geremdheid, gevoelens van tekortschieten en overgevoeligheid voor een mogelijk negatief oordeel.
  • Afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis: een aanhouden patroon van onderdanig en aanklampend gedrag dat samenhangt met een overmatige behoefte om verzorgd te worden.
  • Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (voorheen obsessieve-compulsieve): een aanhoudend patroon van gepreoccupeerd bezig zijn met ordelijkheid, perfectionisme en controle.

Andere gespecificeerde en ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis

  • In dit geval wordt wel voldaan aan de algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis (zie box Algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis), maar niet volledig aan de criteria van één van de 10 specifieke persoonlijkheidsstoornissen. Veelal zijn er kenmerken van verschillende persoonlijkheidsstoornissen aanwezig.
  • Bij een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis heeft een behandelaar nog onvoldoende informatie om de stoornis te kunnen classificeren.