Dissociatie

WAT WIJ DOEN VOOR KINDEREN, JONGEREN EN VOLWASSENEN:

  • Onderzoek naar en diagnostiek van:
    * De dissociatieve identiteitsstoornis
    * De dissociatieve anamnese
    * De depersonalisatie – / derealisatiestoornis
    * Andere (on-)gespecificeerde dissociatieve stoornis
  • Behandeling/therapie bij één of meerdere van de zojuist genoemde stoornissen.
  • Behandeling/therapie bij klachten, die lijken op één of meer van de bovengenoemde stoornissen. De klachten zijn dan niet zo ernstig, dat sprake is van een stoornis, maar ze kunnen wél een negatieve invloed hebben op het algemeen dagelijks functioneren.
  • Second opinion, wanneer u het niet eens bent met een (eerdere) diagnose, die duidt op één of meer van bovengenoemde stoornissen.   

 

Dissociëren is het tegengestelde van associëren. Associëren betekent: verbinden/verbanden leggen. Dissociëren betekent: losmaken, uiteenvallen. 
Het woord dissociëren/de dissociatie, dat wij gebruiken in de psychologie heeft ook te maken met losmaken of uiteenvallen.

Iemand die dissocieert ‘maakt zich los’ van:

  • de omgeving en/of
  • de realiteit en/of
  • zichzelf en/of
  • van een gebeurtenis of situatie.

Het dissociëren moeten we opvatten als ‘vervreemden.’ Je kunt dus van je omgeving, van de realiteit, van jezelf en van een situatie vervreemden. Mensen, die dissociëren hebben vaak het idee, dat er een ‘vaag/mistig’ raam  tussen zichzelf en de omgeving/de realiteit/een situatie/hun eigen persoon staat. Het lijkt, alsof de dingen niet echt zijn, of men krijgt het gevoel in een film te zitten. Dissociatie is een al dan niet tijdelijke ontsnapping aan de omgeving/de realiteit/een situatie en/of aan jezelf.

Het bewustzijn, het geheugen, de identiteit en de waarneming van de omgeving/de realiteit spelen een belangrijke rol bij dissociatie. Als meerdere van die factoren niet goed ‘samenwerken’ (dus los van elkaar raken!), kan dissociatie optreden.

Onschuldige vormen van dissociatie zijn:

  • iets doen zonder er echt met je gedachten bij te zijn. Denk aan iemand, die veel angst voor de tandarts heeft en die vervolgens naar de tandarts is gereden en achteraf niet meer weet, hoe hij/zij daar precies is gekomen;
  • dagdromen/wegdromen’;
  • het in een verdovingstoestand raken bij een ernstige gebeurtenis (bv. een overlijden van een familielid of een vriend, of een verkeersongeval dat je meemaakt): je kunt dan vaak heel doelgericht handelen, terwijl je tegelijkertijd het gevoel hebt in trance te zijn of naar een film te kijken. Ook achteraf lijkt het soms alsof je in een film hebt gezeten. Je kunt je niet duidelijk voor ogen halen wat je gedaan hebt, of wat er precies gebeurd is. De echte emoties komen meestal pas achteraf naar boven. 

 

Ernstige(re) vormen van dissociatie kunnen samengaan (comorbide zijn) met een psychische stoornis, of zelfstandig voorkomen:

Deze pagina wordt continu bijgewerkt/geupdatet.