 |
Leerproblemen en leerachterstanden in het Voortgezet Onderwijs
Activiteiten:
* Onderzoek naar :
- alle leerproblemen en leerstoornissen (inclusief dyslexie, dyscalculie, taalstoornissen en
NLD).
- leerachterstanden binnen vakgebieden in het Voortgezet Onderwijs.
- leerbelemmerende factoren, zoals cognitieve problemen (de opname, de verwerking
en het (re-)produceren van (nieuwe) kennis en informatie), de werkhouding, sociaal-
emotionele problemen, aandachtsproblemen en gedragsproblemen.
- stoornissen (niet zijnde leerstoornissen), die gedragsproblemen, aandachtsproblemen
en sociaal-emotionele problemen op school en in de klas veroorzaken.
- schoolkeuze en beroepskeuze.
(zie ook het linker menu voor toelichting bij de genoemde problematiek)
* Behandeling van en Remedial Teaching/ Orthodidactiek voor:
- alle leerproblemen, leerstoornissen, leerachterstanden en leerbelemmerende factoren.
- gedragsproblemen, aandachtsproblemen, sociaal-emotionele problemen en de onder -
liggende oorzaken, in zoverre die het leren, de leerprestaties en/of het welbevinden en
functioneren in het Voortgezet Onderwijs (in de klas en op school) belemmeren.
(zie voor uitleg over gedrag, aandacht en sociaal-emotioneel ook het linker menu!)
- specifieke vakinhouden.
Er moet wel sprake zijn van structurele /langdurige problemen ! Dit betekent, dat
de jongere/adolescent het vak (o.a. Nederlands, Engels, Duits, Frans,Wiskunde,
Scheikunde, Natuurkunde, Biologie, Economie) hoe dan ook niet onder de knie krijgt
en steeds opnieuw problemen ondervindt bij het (leren) beheersen/begrijpen van de
leerstof.
- proefwerken, toetsen en examens in het algemeen en voor specifieke vakken
(Hoe bereid je je daarop voor? Hoe kan ik zorgen, dat ik minder faalangstig ben
en meer zelfvertrouwen krijg? Etcetera).
(zie ook het linker menu voor toelichting bij de genoemde problematiek)
Wanneer kinderen de overstap maken van het BasisOnderwijs naar het Voortgezet
Onderwijs,
worden ze met vele veranderingen geconfronteerd.
We kunnen onder andere noemen:
* De grootte van de school. Scholen voor Voortgezet Onderwijs zijn meestal veel groter
(gebouw, aantal leerlingen en docenten) dan scholen voor BasisOnderwijs.
* Het veelvuldig wisselen van lokalen of locaties. Meestal moet de leerling voor elk vak
naar een ander lokaal en voor bepaalde lesuren zelfs naar een ander gebouw. Er is dus
geen vast klaslokaal, zoals op de Basisschool.
* Nieuwe leerlingen. De voormalige Basisschoolleerling kende nagenoeg alle leerlingen van
zijn/haar school en moet nu in het Voortgezet Onderwijs een veel grotere groep leerlingen
leren kennen en ermee kunnen omgaan.
* Voor elk vak (of combinatie van vakken) is er een aparte/andere docent. Dus geen
groepsleerkracht meer, zoals in de Basisschool.
* Het aantal vakken. De meeste kinderen hebben op de Basisschool al kennis gemaakt
met het vak Engels, maar ze krijgen in het Voortgezet Onderwijs nog andere vreemde
talen (Frans en Duits) en ze maken ook voor het eerst kennis met de exacte vakken
Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde en met vakken als Biologie en Economie.
Sommige vakken zullen de voormalige Basisschoolleerlingen bekend voorkomen, maar
andere zijn helemaal nieuw.
* Het beroep dat gedaan wordt op de zelfstandigheid van de leerling. Was het op de
Basisschool nog zo, dat de meeste activiteiten door de leerkracht werden georganiseerd,
gepland en gestructureerd, op scholen voor Voortgezet Onderwijs wordt van de leerlingen
verwacht, dat zij zelfstandig (leren) werken en leren, organiseren en plannen (agenda,
huiswerk e.d.) en overzicht houden over hun activiteiten en voortgang.
* Nieuwe activiteiten en werkvormen, zoals individueel of in een groepje werkstukken
kunnen maken, leerstof samenvatten en zelfstandig leren beheersen, huiswerk maken,
overhoringen, proefwerken en examens voorbereiden.
Een aantal activiteiten zijn weliswaar al op de Basisschool geoefend, maar de studie -
vaardigheden die het Voortgezet Onderwijs van een leerling vereist, vragen van de
meeste leerlingen heel wat inspanning en energie.
* Toetsing. Toetsen, schriftelijke/mondelinge overhoringen en proefwerken, tentamens
en examens zijn in het Voortgezet Onderwijs veel meer gestructureerd dan in het Basis-
Onderwijs en eisen van de leerling een strikte planning en discipline.
* Brugklassysteem. Leerlingen worden direct geconfronteerd met een mogelijke switch
tussen schoolvormen. Brugklassen maken het mogelijk voor leerlingen om op grond van
de schoolprestaties te kiezen voor een ander schooltype binnen het Voortgezet Onderwijs.
Het vooruit denken over schoolloopbaan en beroep is dus erg belangrijk.
De overgang van de Basisschool naar een school voor Voortgezet Onderwijs
(VMBO,
HAVO, VWO) kan leiden tot aanpassingproblemen bij het kind/de jongere.
Onzekerheid, (faal-)angst, depressieve gevoelens, minder zelfvertrouwen, niet zelfstandig
kunnen werken of leren, frustratie, het niet kunnen omgaan met de grootschaligheid van
het Voortgezet Onderwijs ("verdrinken in de massa"), een verminderde motivatie en vele
andere factoren kunnen leiden tot leerproblemen,
leerachterstanden, gedragsproblemen en
emotionele problemen en uiteindelijk tot een verwijzing naar een lager schooltype.
Kinderen, die voorheen goed of slecht presteerden op de Basisschool, kunnen
het soms
onverwacht slechter, of juist beter, gaan doen in het Voortgezet Onderwijs.
Leerlingen, die voorheen op de Basisschool goed functioneerden, dankzij de
Remedial
Teaching, of andere hulp voor leerproblemen, leerstoornissen, gedragsproblemen,
sociaal - emotionele problemen etcetera, krijgen bij aanvang,
of in de loop van het
Voortgezet Onderwijs, soms toch weer meer "last" van
hun leerproblemen en -stoornissen.
Zo gebeurt het nogal eens, dat voormalige Basisschoolleerlingen met dyslexie
heel veel
moeite
krijgen in het Voortgezet Onderwijs met het vak Nederlands
en met name met de
vakken Engels, Frans en Duits.
Het leren beheersen van het Nederlands was op de Basisschool al een probleem, maar in
het Voortgezet Onderwijs is dat vak toch weer moeilijker.
Daar komt bij, dat de dyslectische leerling óók (tegelijkertijd) twee moderne
vreemde talen
moet leren beheersen (Engels en Frans) en later vaak nog Duits. Niet zelden leidt dit bij
dyslectische leerlingen tot veel verwarring en tot "oude problemen" die weer de kop opsteken.
Ook leerlingen met "op de Basisschool geremedieerde" rekenproblemen en dyscalculie
kunnen
in het Voortgezet Onderwijs veel moeite krijgen met vakken
als wiskunde, economie,
natuurkunde en scheikunde.
In sommige gevallen kunnen leerproblemen en - stoornissen, gedragsproblemen en sociaal -
emotionele problemen ertoe leiden, dat een leerling dreigt verwezen
te worden naar een "lager
schooltype" binnen het Voortgezet Onderwijs.
Het is daarom verstandig als scholen en ouders daar tijdig en alert op reageren!
U kunt bij Edumax terecht voor onderzoek naar, en behandeling van/Remedial Teaching bij
élk leerprobleem, gedragsprobleem en sociaal- emotioneel probleem binnen het Voortgezet
Onderwijs.
Als een leerling(e) dreigt af te glijden naar een lager schooltype binnen het Voortgezet
Onderwijs, kunnen wij hem/haar daarvoor wellicht behoeden.
Daarnaast is het mogelijk, om onderpresteerders (zonder duidelijk zichtbare problemen) op
het vereiste niveau te brengen, of zelfs naar een hoger schooltype te "tillen."
Bovendien kunnen wij uw kind of leerling helpen en begeleiden bij het maken
van een op hem/
haar afgestemde school- en beroepskeuze.
De
extra ondersteuning die wij uw kind/leerling kunnen bieden op vakinhoudelijk
gebied, is
tamelijk uniek. De door ons aangeboden ondersteuning heet met een "duur" woord ook wel
orthodidactiek.
Let wel: het gaat hier niet om "bijles", maar om een diagnostisch gerichte behandeling /
Remedial Teaching, die tot doel heeft om de leerstijl, denkstijl,
probleemoplossingstijl en
dergelijke binnen een bepaald vakgebied (dat kan
dus élk vak zijn!) van de leerling te
"achterhalen" en deze te analyseren op
hiaten, om vervolgens de leerling de bij hem/haar
passende stijlen aan te brengen/leren voor het specifieke vak(gebied).
De feitelijke leerstof van school (de voor het vak gebruikte boeken, werkschriften en ander
leer-/oefenmateriaal) dient daarbij als uitgangspunt.
Het verschil met "bijles" kan als volgt worden uitgelegd. De meeste vakdocenten zullen
de
niet begrepen leerstof vaak op dezelfde wijze herhalen/overdragen, of (vanuit hun
vakdidactisch inzicht) op iets andere wijze uitleggen en laten oefenen, zonder dat bepaalde
leerlingen er op de lange termijn zichtbaar vooruitgang door boeken.
Edumax beschikt daarentegen over een scala aan (ortho-)didactische, pedagogische en
onderwijspsychologische inzichten en vaardigheden, waardoor wij met en voor
de leerling
de meer
precieze onderliggende oorzaken van het "niet begrijpen" binnen een vakgebied
kunnen
traceren en aanpakken!
Voorwaarde voor vakinhoudelijke/orthodidactische ondersteuning is, dat uw kind/
jongere/leerling langere tijd problemen moet hebben met het vak, of de
vakken. Er
moet dus sprake
zijn van een structureel probleem !
|