|
Schoolkeuze en beroepskeuze
Activiteiten:
- Schoolkeuze-onderzoek teneinde te komen tot een schooladvies voor een bepaald type
Voortgezet Onderwijs. Dergelijk onderzoek is ook mogelijk als "second opinion."
- Aanvullend onderzoek ter ondersteuning van het schooladvies: onderzoek naar de
werkhouding (motivatie, leertempo, zelfstandigheid, concentratie), het sociaal-emotioneel
functioneren (faalangst, zelfbeeld en zelfvertrouwen), de beroepskeuze en dergelijke.

Kinderen, ouders/verzorgers, scholen en leerkrachten moeten in samenspraak met elkaar
een
beslissing nemen over de schoolkeuze (en beroepskeuze) van het kind.
In het Basisonderwijs moet een definitieve keuze worden gemaakt gedurende
het laatste
schooljaar (Groep 8).
In het Voortgezet Onderwijs kan, dankzij het brugklassensysteem, een leerling
redelijk
soepel
overstappen van het ene schooltype naar het andere.
BASISONDERWIJS
Kinderen en hun ouders/verzorgers letten bij de school- en beroepskeuze
met name op de
rapportcijfers, op de wensen van het kind en de door hen
zelf ingeschatte mogelijkheden en
beperkingen van hun kind.
Scholen en leerkrachten baseren zich vooral op de behaalde cijfers, op de observaties van
het kind in de klas (gedrag, werkhouding, e.d.) en op de
scores van het kind op de CITO-
toetsen.
Sommige scholen geven reeds op grond van de scores op de Cito-Entreetoets
voor Groep 6
en/of Groep 7 een eerste (globale) indicatie voor de schoolkeuze.
De CITO-Eindtoets voor Groep 8 wordt gezien als het "moment suprème."
Deze afsluitende
toets voor het BasisOnderwijs is zodanig geconstrueerd, dat
de testuitslag aangeeft:
- welke leergebieden (Taal, Rekenen-Wiskunde, Studievaardigheden en Wereldoriëntatie)
voldoende aan het eind van de Basisschool worden beheerst en welke niet;
- op welk niveau de leerling de leerstof daadwerkelijk beheerst. De optelling van de
afzonderlijke scores op de genoemde leergebieden resulteert in een eindscore, die een
indicatie is voor het meest voor de hand liggende type Voortgezet Onderwijs.
VOORTGEZET ONDERWIJS
Leerlingen, die reeds op een bepaald type Voortgezet Onderwijs zitten,
kunnen al snel, of
gaandeweg, in de brugklas tot de ontdekking komen,
dat het huidige schooltype te laag/te
hoog gegrepen is, dan wel dat
het niet voldoende aansluit bij hun wensen en behoeften.
In samenspraak met de ouders en de school/leerkrachten kan worden
besloten om een
schoolkeuze-onderzoek en eventueel een beroepskeuze-onderzoek te laten doen, om een
antwoord te krijgen op de vraag "welke leerweg is voor deze leerling het meest geschikt,
gegeven zijn/haar (beroeps)wensen, leercapaciteiten, werkhouding, sociaal-emotioneel
functioneren e.d.?"
Voor het beroepskeuze-onderzoek maakt Edumax gebruik van gesprekken en schriftelijke
beroepskeuzetesten.
Schoolkeuze-onderzoek wordt door Edumax uitgevoerd met de Nederlandse
Intelligentietest voor Onderwijsniveau (NIO) en een korte psychologische test.
De NIO is de "opvolger" van de lang gebruikte GIVO-test (Groninger Intelligentietest voor
VO en groep 8 BasisOnderwijs) en wordt algemeen
geaccepteerd binnen het Voortgezet
Onderwijs (en BasisOnderwijs) als
een betrouwbare indicator voor een gedegen schooladvies.
De NIO dient voor advies, verwijzing en selectie van leerlingen, die:
* In Groep 8 van het BasisOnderwijs een schoolkeuze voor Voortgezet Onderwijs
moeten maken.
* In het Speciaal (Basis)Onderwijs een schoolkeuze VO moeten maken.
* In de eerste drie jaren van het Voortgezet Onderwijs willen/moeten "switchen" naar
een ander/hoger/lager schooltype in het VO .
Na afname van de NIO kan worden vastgesteld:
1) Hoe hoog de leerling scoort op de verbale en symbolische intelligentie en wat de
totale intelligentie van de leerling is;
2) Welk schooltype binnen het Voortgezet Onderwijs het meest geschikt is voor het
kind/de leerling.
Onderscheiden worden:
- Praktijkonderwijs
- VMBO basisberoepsgerichte leerweg
- VMBO kaderberoepsgerichte leerweg
- VMBO gemengde/theoretische leerweg
- HAVO
- VWO
Zoals gezegd, wordt voor het schoolkeuze-onderzoek ook gebruik gemaakt van enkele korte
psychologische testen.
Mocht namelijk op grond van de NIO-uitslag alsnog twijfel bestaan tussen enkele schooltypes,
dan kan het advies beter worden gefundeerd op basis van de resultaten van het psychologisch
onderzoek, waarin faalangst, zelfstandigheid, zelfbeeld, concentratie, motivatie e.d. aan de orde
komen.
In welke gevallen wordt zoal een schoolkeuze-onderzoek en eventueel
aanvullend onderzoek
(beroepskeuze, werkhouding, sociaal-emotioneel etc.)
aangevraagd bij Edumax?
* Op de school van het kind/de leerling wordt geen schoolkeuze-onderzoek verricht,
d.w.z. noch een CITO-Eindtoets Groep 8, noch een door externe deskundigen uit
te voeren schoolkeuze-onderzoek, zoals de NIO.
* Het kind/de leerling heeft door omstandigheden (afwezigheid, ziekte e.d.) niet deel
kunnen nemen aan de CITO-Eindtoets Groep 8, of een ander schoolkeuze-onderzoek.
* De school heeft weliswaar de beschikking over alle rapportcijfers en de uitslag van de
CITO-Eindtoets van de leerling, maar er bestaan desondanks nog ernstige twijfels over
het af te geven schooladvies.
* Het kind/de leerling en de ouders/verzorgers verschillen met de school/leerkracht
van mening over het uitgebrachte schooladvies, dat gestoeld is op het oordeel van
de school/leerkracht én de uitslag op de CITO-Eindtoets.
De ouders willen daarom een "second opinion" hebben en vragen Edumax om de
NIO af te nemen.
* De ouders/verzorgers zijn het niet eens met het schooladvies, dat in het Voortgezet
Onderwijs wordt gegeven voor de leerling, om naar een "hoger of lager schooltype"
te switchen.
Heeft u vragen over schoolkeuze- of beroepskeuze-advies en de mogelijkheden voor nader
onderzoek, neemt u dan vrijblijvend contact op met Edumax!
|