© Edumax 2014

 

                                Dyscalculie en Rekenproblemen
 
Opmerking: Drs. Ruud van Beijsterveldt heeft meegewerkt aan de totstandkoming
                     van het dyscalculie screeningsinstrument Zareki - R - NL van Pearson
                     Testuitgevers Amsterdam.

Activiteiten:
- Dyscalculie-onderzoek (kinderen, jongeren én volwassenen)
- Onderzoek naar leerachterstanden in rekenen en wiskunde
- Remedial Teaching/ Orthodidactische behandeling bij Dyscalculie en leerachterstanden/
  problemen bij rekenen-wiskunde.

Een kind, jongere of volwassen kan bij Edumax worden aangemeld voor onderzoek
en/of behandeling, indien vermoed wordt, of reeds is vastgesteld, dat er sprake is van
dyscalculie of rekenproblemen.


Dyscalculie werd in 2006 door Ruijssenaars e.a. als volgt beschreven: "Een stoornis, die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het leren en vlot en/of accuraat oproepen
van reken-/wiskundekennis (feiten/afspraken)."
Dyscalculie is dus een rekenstoornis, waarbij de automatisering van de rekenvaardigheden zich
niet of nauwelijks ontwikkelt. Kinderen/jongeren/volwassenen hebben dan zeer grote moeite met
de betekenis van getallen (getalbegrip), de basisvaardigheden van het rekenen (optel-, aftrek-,
tafel- en deelsommen), de telvaardigheid en bewerkingen en met het verkrijgen van inzicht in de
manier, waarop sommen en rekentaken moeten worden aangepakt en opgelost.

Wanneer iemand niet beschikt over tenminste een gemiddelde intelligentie (het IQ is dan lager
dan 80), vindt geen dyscalculie-onderzoek plaats. De beperkingen worden dan gekwalificeerd
als een 'algemeen leerprobleem' of 'rekenproblemen' vanwege 'cognitieve tekorten.'

De diagnose 'dyscalculie' mag verder pas worden gesteld, als is voldaan aan de volgende drie
criteria:
1). Criterium van ernst: de rekenachterstand is significant ten opzichte van leeftijd- en/of
     opleidinggenoten.'Significant' betekent, dat de persoon behoort tot de groep 10% zwakste
     rekenaars, ofwel: op verschillende momenten behaalt die persoon op bij zijn leeftijd/
     opleidingsniveau passende gestandaardiseerde rekentoetsen niet meer dan Citoniveau E.
2). Criterium van achterstand: de rekenkennis en - vaardigheden blijven significant achter bij
     de normaal te verwachten inviduele ontwikkeling van die persoon. Dit wil zeggen, dat de
     prestaties op rekenen/wiskunde sterk achterblijven bij de prestaties van die persoon op
     andere (school-)vakken.
3). Criterium van didactische resistentie: de problemen met het rekenen zijn dermate hard -
     nekkig, dat ze 'resistent' zijn tegen extra ondersteuning in de vorm van gespecialiseerde
     hulp. Met andere woorden: ook al krijgt de persoon extra ondersteuning, dan nóg kan
     geen normaal te verwachten vooruitgang worden bewerkstelligd.

Als iemand niet voldoet aan één of meer van de genoemde criteria, spreken we van
een algemeen leerprobleem, of van rekenproblemen, maar niét van dyscalculie.

Kanttekening:
Bij personen met dyscalculie zien we de rekenproblemen al vóór het 7e levensjaar.
Uitzonderingen: (hoog-)begaafde personen, die in staat zijn om hun rekenproblemen langer 
te maskeren door compensatietechnieken.
Ook gemiddeld intelligente personen, bij wie de problematiek te laat wordt gesignaleerd,
kunnen ten onrechte de kwalificatie 'algemeen leerprobleem' krijgen: zij hebben vaak door
hun frustraties met het rekenen de brui gegeven aan het leren en scoren daardoor inmiddels
op alle schoolvakken slecht/zwak.

Bij personen met dyscalculie kunnen we één of meer van de volgende problemen waar -
nemen, waarbij aagetekend, dat een tekort in de automatisering altijd voorkomt:
  * tekort op het gebied van declaratieve kennis: de automatisering komt niet of nauwelijks op
     gang bij de basisrekenvaardigeheden (+, -, x en :) en het lukt niet of amper om rekenfeiten
     snel en/of accuraat uit het geheugen op te roepen. Bij eenvoudige sommen moet dan steeds
     bijvoorbeeld op de vingers worden geteld, of dóór worden geteld.
  * tekort op het gebied van de procedurele kennis: het uitvoeren van stappenplannen, het
     gebruik van begrippen tijdens het nemen van de stappen en het in de juiste volgorde uit-
     voeren van de stappen gaat fout.
  * visueel-ruimtelijk tekort: niet of onvoldoende begrip en besef hebben van (relatieve)
     'reken'-ruimte. Daardoor heeft men moeite met het kloklezen en/of met het plaatsen
     van getallen op een getallenlijn. Ook komt het vaak voor, dat men cijfers door elkaar
     haalt bij het lezen/schrijven van grote getallen.
  * tekort aan getallenkennis en - waarden: de samenhang en relatieve plaats van cijfers
     en getallen wordt niet begrepen binnen het getallensysteem, waardoor men bv. een-
     heden, tientallen, honderdtallen etc. door elkaar haalt.

Kanttekeningen:
- Dyscalculie komt bij minimaal 3% van de bevolking voor.
- Personen met de diagnose dyscalculie hebben recht op een aantal faciliteiten binnen het
   onderwijs, zoals extra tijd bij toetsen, gebruik van een rekenmachine (ook als dit voor
   andere leerlingen niet is toegestaan) en/of een 'spiekboekje' en/of een kaart met stappen-
   plannen e.d.
- Dyscalculie kan samengaan met andere stoornissen. Dat noemen we "comorbiditeit."
   Comorbide stoornissen zijn bij dyscalculie meestal: dyslexie, AD(H)D, (faal-)angst-
   stoornis en DCD (ook wel "dyspraxie" genoemd; een stoornis die zich kenmerkt door
   problemen met het coördineren van bewegingen).

* Indien ouders, school of deskundigen vermoeden, dat bij een kind/jongere/volwassene
   sprake is van dyscalculie, kunt u bij Edumax laten onderzoeken, of de rekenstoornis
    inderdaad aanwezig is. 
   Als in eerder onderzoek dyscalculie is vastgesteld, kan direct begonnen worden met
   orthodidactische behandeling/Remedial Teaching.

Dyscalculie is een rekenstoornis. Je komt er dus niet van af. Tóch is dyscalculie meestal
goed te behandelen.  Het is van groot belang om dyscalculie in een zo vroeg mogelijk
stadium te onderkennen en te behandelen!


Onderzoek naar dyscalculie bij Edumax:
Om u als volwassene, ouders of school niet op onnodige kosten te jagen, wordt het
dyscalculie-onderzoek in twee afzonderlijke delen uitgevoerd.

- In het eerste deel wordt gekeken, of er daadwerkelijk sprake is van dyscalculie.
  Met andere woorden: wordt/is voldaan aan de criteria van ernst, achterstand en
  didactische resistentie?
  Dit noemen we de "onderkennende diagnose." In deze eerste fase wordt ook al een
  deel van de "verklarende diagnose" uitgevoerd.
  Gegevens van de school (rapporten, LeerlingVolgSysteem e.d.) dienen altijd te worden
  aangeleverd!
  Zoals gezegd, kán dyscalculie samengaan met dyslexie, of met leeszwakte. Het is echter
  ook mogelijk, dat er geen rekenproblemen zouden zijn, als er geen leesproblemen waren.
  In dat geval spreken we niet van dyscalculie!
  Het dyscaluclie-onderzoek begint
daarom met het afnemen van enkele leestesten, om uit
  te sluiten, dat leesproblemen de oorzaak zijn van de rekenproblemen.
  Vervolgens wordt tijdens rekentesten (onderkennende fase) vaak al voor een groot deel
  duidelijk, wáárom een kind/jongere/volwassene veel moeite heeft met het rekenen.
  De vraag naar het wáárom is een onderdeel van de "verklarende diagnose."
  In het eerste deel van het onderzoek maken wij ook gebruik van zogenaamde
  "dyscalculie-screeners", namelijk:
  - de Engelse Dyscalculiescreener (Butterworth), waarvan wij een Nederlandse
     bewerking/vertaling hebben gemaakt;
  - de Nederlandse Zareki-R;
  - de Tedi-Math.
  Als uit het eerste deel van het onderzoek blijkt, dat iemand inderdaad "dyscalculisch" is,
  wordt het onderzoek voortgezet met het tweede deel.
  Blijkt de persoon niét dyscalculisch te zijn, dan wordt het tweede deel van het onderzoek
  niet meer afgenomen. De persoon kan dan als rekenzwak worden aangemerkt, maar van
  een rekenstoornis is in dat geval geen sprake.

- Het tweede deel van het onderzoek omvat het uitvoeren van de verklarende diagnose
   (onderzoeken wáárom het kind/de jongere/de volwassene een rekenstoornis heeft).
  Verklarende factoren zijn vaak:
  * problemen met executieve functies: het plannen van stappen en het volgen van procedures
     kost veel moeite;
  * problemen met het snel achter elkaar benoemen (oplezen) van cijfers, of van het benoemen
     van cijfers/letters/plaatjes/woorden.
  * problemen met het verbale en/of het visueel-ruimtelijke korte termijngeheugen en werk -
     geheugen, waardoor het moeilijk is om informatie gedurende het rekenen vast te houden
     en/of te manipuleren (bewerken) in het werkgeheugen.
  * problemen met de aandacht en de concentratie: er wordt bijvoorbeeld onvoldoende
     nauwkeurig naar een rekenopgave gekeken en/of men heeft de neiging om te snel te
     antwoorden, omdat men het reageren (=antwoorden) niet kan onderdrukken.
     Dat niet kunnen onderdrukken (lees: remmen) van het geven van een reactie noemen
     we "inhibitie."
     
  Tijdens het tweede deel wordt ook onderzocht, of iemand nog andere problemen, of
   stoornissen heeft, die samengaan met de dyscalculie (comorbiditeit)..

  Tot slot wordt de "handelingsgerichte/indicerende diagnose" verricht. Hierbij wordt
  
onderzocht én aangegeven, welke maatregelen nodig zijn, om de problemen, die iemand
  binnen het onderwijs (en daarbuiten) ervaart vanwege de vastgestelde dyscalculie en
  eventuele comorbide factoren, zoveel mogelijk te verminderen, of op te heffen.  
  Adviezen voor het onderwijs betreffen tenminste:
  - Remediërende maatregelen: adviezen voor leerkracht/docent en remedial teacher, om
    de benodigde vaardigheden op het gebied van rekenen/wiskunde optimaal te ontwikkelen.
  - Compenserende en dispenserende maatregelen: uit het onderzoek komt naar voren,
    wat de zwakke en sterke punten van de dyscalculische persoon zijn; die punten worden
    nader uitgewerkt en er worden vervolgens maatregelen genoemd, die nodig zijn om de
    sterke punten van de leerling optimaal te hanteren en te ontwikkelen. Aldus worden de
    zwakke punten gecompenseerd.
    Het mogen gebruiken van een zakrekenmachine, meer tijd krijgen voor proefwerken/
    examens e.d. zijn compenserende maatregelen.
    Dispenserende maatregelen zijn bijvoorbeeld: geen onvoorbereide overhoringen afnemen;
    geen opgaven op het schoolbord hoeven doen, etcetera.

Kanttekening:

Een GOED dyscalculie-onderzoek is uitgebreider dan een dyslexie-onderzoek!
Een volledig onderzoek naar dyscalculie omvat tenminste:
 - Intakegesprek.
 - Bestudering van aangeleverde gegevens.
 - Observaties.
 - Afname dyscalculiescreener(s).
 - Kort dyslexie-onderzoek.
 - Intelligentie-onderzoek.
 - Onderzoek betreffende executieve functies en planning, seriële benoemsnelheid,
   geheugen en concentratie.
 - Uitgebreid procesmatig rekenonderzoek: wat wordt wel/niet beheerst?; wat gaat
   wanneer fout en waarom?; is er getalinzicht?; is er sprake van automatiseringstekorten?;
   worden rekenstrategieën beheerst?; is het mogelijk om de persoon begrippen/stappen/
   strategieën aan te leren? etcetera.
- Onderzoek van het psychisch/sociaal-emotioneel functioneren (Is er bv. sprake van
  comorbiditeit?).
- Uitgebreide rapportage, inclusief uitwerking onderkennende, verklarende en handelings-
  gerichte diagnose.
- Eindgesprek en afgifte van de dyscalculieverklaring.

Dyscalculie-onderzoek is, vergeleken met dyslexie-onderzoek, nog tamelijk 'jong.' Er bestaan
pas kort duidelijke(re) richtlijnen over de vorm en de inhoud van het dyscalculie-onderzoek.
Helaas houden vele 'onderzoekers' zich niet aan de richtlijnen en daardoor kan het gebeuren,
dat zij 'dyscalculie-onderzoek' aanbieden tegen 'onmogelijke tarieven.'
U moet er rekening mee houden, dat ongefundeerd (lees: niet volgens de richtlijnen uitgevoerd)
dyscalculie-onderzoek en een op grond daarvan afgegeven dyscalculieverklaring in de toekomst
afgekeurd kunnen worden. Het hele onderzoek moet dan worden overgedaan; goedkoop wordt
zo alsnog duurkoop.....

Als een kind/jongere/volwassene het onderzoek heeft afgerond, wordt bij Edumax
een rapportage geschreven en een dyscalculieverklaring verstrekt, die door een daartoe
bevoegde GZ-Psycholoog worden ondertekend.

 

    


                           



(Leer-)achterstand in/problemen met rekenen, wiskunde en aanverwante vakken.
Moeilijkheden met rekenen en/of wiskunde kunnen ook vóórkomen zonder dat sprake hoeft te
zijn van dyscalculie. Er ontstaat, of bestaat, dan een (leer-)achterstand voor het vak rekenen, wiskunde en/of voor andere vakken, waarbij rekenen-wiskunde van belang is (zoals natuurkunde,
scheikunde, economie e.d.) .

Wij beschikken bij Edumax over specialistische orthodidactische en remediërende vaardigheden
voor de behandeling van problemen met rekenen, wiskunde en aanverwante vakgebieden
.
Onze individuele aanpak leidt vaak tot het geheel wegwerken van achterstanden en oplossen van
problemen bij rekenen-wiskunde.

Indien u meer wilt weten, neem dan vrijblijvend contact met ons op over de mogelijkheden.